Principeverzoek (voorheen vooroverleg B)

Niet alle plannen passen binnen het omgevingsplan. Dat wil niet zeggen dat die ideeën meteen afgekeurd worden. We noemen dit een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Wil je weten of de gemeente medewerking kan en wil geven aan jouw idee? Dan dien je een principeverzoek in.

Wat is het?

Het principeverzoek is een schriftelijke toets door onze medewerkers, gevolgd door een besluit van het college van burgemeester en wethouders.

Je plan wordt op hoofdlijnen beoordeeld vóór je een aanvraag omgevingsvergunning indient. Het college van burgemeester en wethouders neemt dan een besluit of zij mee willen werken aan jouw plan en of er (en welke) voorwaarden er aan je verzoek gesteld worden.

Na de ontvangst van het besluit, kan je jouw verzoek verder uitwerken en een aanvraag omgevingsvergunning indienen.

Voor wie?

Het principeverzoek is voor iedereen met ideeën die niet passen binnen het omgevingsplan. Dit kan een bouwplan zijn, of wanneer je een perceel anders wilt gaan gebruiken dan is toegestaan in het omgevingsplan.

Kosten

Aan het principeverzoek zijn kosten verbonden volgens de legesverordening. Wanneer je uiteindelijk een vergunningaanvraag indient op basis van deze toets, worden de kosten van het principeverzoek verrekend met de kosten van de vergunningaanvraag, rekening houdend met het minimum bedrag dat daarvoor moet worden gerekend volgens de legesverordening.

Aanvragen

Een principeverzoek vraag je aan via het intakeformulier of via vergunningen@bladel.nl. Lever in ieder geval de volgende gegevens aan:

  • Een duidelijk uitgeschreven vraag;
  • Adres of perceel waar de vraag betrekking op heeft;
  • Naam van de vraagsteller;
  • E-mailadres en telefoonnummer.

Daarnaast kunnen per verzoek verschillende overige documenten nodig zijn. Denk hierbij aan:

  • Een ETFAL-onderbouwing (voorheen ook bekend als ruimtelijke onderbouwing);
  • Onderzoeken op het gebied van parkeren, stikstof, geur, milieu, flora- en fauna, archeologie, etc.
  • Een duidelijke verbeelding en beschrijving van de huidige en toekomstige situatie;
  • Een verslag van het omgevingsdialoog.

Let op: stuur je bestanden mee in je e-mail? De totale bestandsgrootte mag maximaal 20 MB zijn.

Checklist ruimtelijke onderbouwing

In 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Sindsdien wordt er gesproken over een ‘Evenwichtige Toedeling van Functies Aan Locaties’ (ETFAL). De onderbouwing voor de ETFAL lijkt veel op de ruimtelijke onderbouwing zoals die voor de komst van de Omgevingswet werd gebruikt.

 Om je op weg te helpen hebben we een Checklist ETFAL opgesteld.

Je bent overigens niet verplicht om dit format te gebruiken als je een aanvraag indient bij de gemeente Bladel.

Checklist ETFAL

Na het indienen van een principeverzoek, aanvraag BOPA of aanvraag wijziging omgevingsplan, toetst de gemeente of er sprake is van een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’ (ETFAL). Deze verplichting komt uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). 

Voor de invoering van de Omgevingswet werd er wel gesproken over een “goede ruimtelijke ordening”. De ETFAL is een vergelijkbaar begrip, maar gaat nog wat verder. De ETFAL is een abstract begrip. Per ingediend verzoek of aanvraag wordt bepaald welke onderwerpen van belang zijn en welke niet van toepassing zijn. Er is daarom niet één format op te stellen dat volledig ingevuld moet worden per aanvraag. 

Voor meer ingewikkelde projecten, raden we je aan om een adviseur in te schakelen. Dit is geen verplichting. Adviseurs hebben vaak ervaring met het opstellen van een ETFAL en kunnen je helpen bij de onderbouwing van je plan. 

Onderstaand geven we je een idee van wat er in een onderbouwing ETFAL kan komen te staan. We stellen geen eisen aan de vorm van de rapportage. Voor een goede beoordeling is het wel belangrijk dat je alle relevante informatie aanlevert. 

Aanleiding en doel 

Hier beschrijf je waarom je het plan wilt uitvoeren. 

Planbeschrijving 

Geef een beschrijving van de bestaande situatie en ook van de gewenste situatie. Hierbij geef je duidelijk aan om welke locatie het gaat. Het kan helpen om afbeeldingen toe te voegen waarop je duidelijk aangeeft waar het plangebied zich bevindt. 

Beleidskader 

Bij de ontwikkeling van nieuwe plannen kan je te maken krijgen met uiteenlopende wetten, regelgeving en beleidskaders. Denk hierbij aan de regels vanuit de rijksoverheid, provincie en gemeente, maar ook aan de regels vanuit het waterschap. 

Voorbeelden hiervan zijn: 

  • Het omgevingsplan van de gemeente
  • De omgevingsverordeningen van de provincie
  • De woonvisie
  • De verkeersvisie
  • Enzovoorts. 

Fysieke leefomgeving 

Er is geen afgebakende begripsomschrijving van de fysieke leefomgeving. De wetgever heeft bepaald dat in ieder geval bouwwerken, infrastructuur, water en watersystemen, bodem, lucht, landschappen, natuur, cultureel erfgoed en werelderfgoed tot de fysieke leefomgeving behoren. 

Je plannen kunnen invloed hebben op ieder van deze elementen uit de fysieke leefomgeving, maar ook op bijvoorbeeld gezondheid en geluid. 

De gemeente zal jouw plan daarom toetsen op onder meer: 

  • Het beleid ten aanzien van wonen;
  • Parkeer- en verkeersbeleid;
  • De welstandsnota en het beeldkwaliteitsplan;
  • Milieuaspecten, inclusief de milieueffecten op andere gebouwen en functies (denk hierbij aan bijvoorbeeld geur, trillingen en stikstof);
  • De invloed op het natuur en landschap;
  • Waterberging en riolering;
  • Archeologie en cultuurhistorie;
  • De invloed op recreatie en toerisme;
  • Detailhandel. 

Uitvoerbaarheid en belangenafweging 

Zowel economische als maatschappelijke uitvoerbaarheid. Zo zal er ook gevraagd kunnen worden wat er al aan participatie gedaan is en wat de resultaten daarvan zijn.